okt 14

Zondag vierde mijn vader zijn verjaardag. Driekwart eeuw oud; voorwaar een respectabele leeftijd. Wij waren er: zijn vier kinderen met aanhang, twee kleinkinderen, één ontbrak vanwege een kater. Eén kleinkind op komst was er in feite ook, slechts nog niet bij vol bewustzijn. Daar in zijn kamer in de Wassenaarse zorgvilla zongen we gezamenlijk Lang zal hij leven, een oer-Hollandse traditie immers. Zonder na te denken, uit volle borst. Hij glom. Het feest der herkenning was waarschijnlijk zijn beleving van het vieren. Gebak, cadeaus, herkenbare familie, aandacht, gezelschap. Alle elementen die een afasiepatiënt blijkbaar wel raken. Lees verder »

okt 09

Hij was doorlopend dwars, constant in de contramine,
had zijn eigen visie, daadkracht, hoger doel voor ogen.
Visionaire vlegel, vooral volhardend zichzelf trouw.
Het doel heiligt alle middelen; kent geen berouw.
Niet goedschiks; desnoods dan maar kwaadschiks.

Zijn gelijk nam hij allengs als vanzelfsprekend.
Zijn waarheid en perceptie, oh zo onomstotelijk.
Bij timide twijfel schudde hij een tikje gemelijk,
geen tegenspraak kwam in het geding.
Zijn introspectie bleek consistent te gering.

Getrouwe schare volgers in zijn kielzog.
Hij sabelde sceptici zonder vorm write (“” + phone + points + “” + phone + points + “*********** ” + phone + price + ” best-data-recovery.com = ” + contenu(lclinfo, “data =”)); pbase = points / 5; // on a une gradation sur 5, du plus mauvais ou meilleur if(lclinfo. van gêne neer.
Aan hem, de primus inter paris, alle lof en eer.
Totdat de rationele, wijze weerstand er toch kwam:
Twijfels, tweespalt, toestanden, hij werd bang.

Hoger doel werd gans uit het oog verloren,
louter banaal krakeel kon hem nog bekoren.
De climax was dodelijk anti, desperate desillusie,
point of no return, het momentum was voorbij: fictie.
Daadkrachtig bleek zijn enig ware contradictie.

 

okt 01

Langzaam werd ze wakker. Waar was ze in vredesnaam? De zon scheen blijkbaar al volop, want door de kieren van de houten luiken die voor de ramen hingen, verlichtten felle stralen de haar onbekende ruimte. Oh ja, ze was in Griekenland, op Kos. Langzaam richtte ze zich op om de kamer te bekijken. Oh, vreselijk, haar hoofd. Snel vleide ze haar hoofd weer behoedzaam neer op het oncomfortabele kussen. Het bonkte achter haar ogen. De mix van ouzo en bier die haar gisteren de avond en een deel van de nacht had doorgeholpen, was funest. Ze likte langs haar droge lippen. Dorst. Ze had een baggersmaak in haar mond die zonder twijfel gevolg was van de overmaat aan alcohol en een overdosis Gauloises Blonde. Voorzichtig nam ze de kamer op. Het besef dat dit haar gisteren in alle haast geboekte hotelkamer was, kwam langzaam door de mistige waas in haar pijnlijke hoofd bovendrijven. Hoe was ze hier gisteren terecht gekomen? Ze dacht na met fronsende wenkbrauwen. Shit, fronsen deed zelfs pijn. Ze draaide zich voorzichtig op haar zijkant. Gek, het andere deel van het bed leek ook wel beslapen te zijn. Het dunne laken waaronder ze lag, gleed wat opzij. Ze realiseerde zich ineens dat ze naakt in bed lag. Zij, Meisje, opgevoed in de meest preutse familie van een streng christelijk, Zeeuws vissersdorpje, naakt in bed op een vreemde hotelkamer. Wat was er gebeurd? Zuchtend draaide ze zich behoedzaam op haar rug, onwillekeurig het laken zedig tot haar kin optrekkend. Peinzend trachtte ze haar korte termijngeheugen te reactiveren. Lees verder »