mei 03

In een mager aprilzonnetje stond het statige bankgebouw van een der Neerlands meest gerenommeerde banken als een monument van Hollands eeuwenoude kapitalisme te prijken in het oude, chique centrum van de hoofdstad. Snelle yuppen in grijze driedelige kostuums, zakenlui met de onvermijdelijke mobiele telefoon in de aanslag en hooggehakte, sexy secretaresse-typetjes liepen af en aan. Samsonite en Gucci zouden trots zijn op hun ter plekke florerende marktaandeel. Eén man echter detoneerde. Veertiger, spijkerpak, Nikes, stoppelbaard van een paar dagen en iets te lange haren. Eigenlijk een beetje het clichébeeld van de would-be artiest: Zie mij eens artistiek zijn, ik heb maling aan burgerlijke conventies. Vastberaden, alsof hij al vele malen deze route had afgelegd, liep hij het bankgebouw binnen, de marmeren hal door richting de burelen van de hogere echelons van deze handel in geld. Voor een balie, waar een opvallende blondine de receptioniste zat uit te hangen, stopte hij z’n ferme pas.
Ze bleef nog even aandachtig op haar beeldscherm turen, alsof zij verantwoordelijk was voor het koersverloop van de aandelen van deze bank. Ze zat vast op mooiemannen.nl of zo. Hij wachtte geduldig en nam haar ondertussen aandachtig op. Je moet wat. Trouwens, het was zijn hobby. Hij had haar nooit eerder gezien. De blonde haren waren nep, het zwarte brilletje was voor de looks, het gebit leek goed bijgewerkt en gebleekt, dus over de echtheid van haar fikse voorgevel was hij ook weinig hoopvol. Een valse vrouw van een jaar of dertig? Uiteindelijk sprak ze. ‘Goedemorgen, u bent meneer Kloon?’ Kloon bevestigde deze in zijn ogen retorische vraag met een kort knikje. Hij was toch wereldberoemd in Nederland? ’U heeft een afspraak met de heer Bons om elf uur.’ Ze keek even op haar kolossale horloge dat regelrecht uit de afdeling blingbling leek te komen en pakte toen een handsfree toestel uit een houder. ‘De heer Kloon is er meneer, komt het gelegen?’ Na een blijkbaar bevestigend antwoord stond ze op en beval hem te volgen. Dat beviel hem wel, want het was geen straf om haar bevallige derrière in het strakke, korte rokje nauwlettend te observeren. Na het gesprek zou hij toch maar een poging bij haar wagen, nam hij zich nu reeds voor.

Ze klopte op een imposante, eikenhouten deur, deed deze open en liet Kloon naar binnen gaan. Hij kende het directiekantoor van voorgaande sessies: Een reusachtig bureau, dat voornamelijk leeg was, een heel grote boekenkast met vooral oud lijkende, erg dikke boeken en een gezellige zithoek, waar vier lederen fauteuils aantoonden dat de omzet van de bank niets te wensen overliet. Bankier Bons stond op en stak vormelijk zijn hand uit naar Kloon.‘Meneer Kloon, wat een genoegen, gaat u toch zitten.’ Hij wees gastvrij naar de zithoek, waar beide mannen vervolgens plaatsnamen. Kloon detoneerde wat bij het krijtjesstreepkostuum van Bons. ‘Kitty, regel jij even koffie voor ons?’ Het lekkere kontje verliet gedwee het kantoor. ‘Meneer Kloon, ik heb u uitgenodigd om eens over uw vermogenspositie te spreken. U wilt, als u over een aantal jaren vijftig bent, nooit meer schrijven en daarom een gegarandeerd vermogen van tien miljoen hebben om van het rendement te kunnen leven.’ Bankier Bons pauzeerde heel even. ‘We hebben nog zes jaar voor u deze gezegende leeftijd bereikt, maar op dit moment lijkt het onze accountmanager dat we dit doel niet gaan bereiken. Bons keek een tikje bevreesd richting Kloon, die echter stoïcijns terugkeek. ‘Het is namelijk zo dat al geruime tijd de royalty’s van uw drie boeken ondanks onze prognose sterk afnemen.’ Zo, het hoge woord was eruit. Kitty kwam binnen met een zilveren dienblad met koffie en aanverwante zaken en zette dit op het glazen tafeltje. Ze glimlachte naar hen beiden en verdween.

Kloon riposteerde op een kalme toon: ‘Wat denkt u daaraan te gaan doen?’ Bons verschoot van kleur en stamelde: ‘Ik, ik, het is onverantwoord om uw huidige vermogen nog risicovoller te beleggen, we zitten nu al over de grens van het aanvaardbare.’ Kloon deed zijn mond open om deze angsthaas eens tot dappere financiële daden aan te zetten, maar Bons was hem voor. ‘Ik heb een suggestie.’ Kloon zweeg en keek de bankdirecteur sceptisch aan. ‘Uw grootste fortuin heeft u vergaard met uw eerste boek, schrijf nog zo’n dramatische tranentrekker. Nog één zo’n klapper en we halen uw doel met gemak.’ Kloon knikte en dacht na. Hij als oud marketingman wist heel goed dat hij zichzelf als een prima product in de markt had gezet. Met het merk Kloon was niets mis. Bons zag dat zijn idee in goede aarde was gevallen en werd overmoedig. ‘Schrijf weer over ziekte en dood, overspel en seks en vooral zielig. Dat spreekt de vrouwtjes aan.’ Kalm stond Kloon op en zei hooghartig: ‘Laat dat maar mij over, ik ben de schrijver, u de boekhouder.’

Met deze woorden verliet hij het kantoor. Kitty was niet op haar post. Kloon kon het niet laten. Hij pakte uit zijn portefeuille een visitekaartje en krabbelde ‘bel me’ erop. Goed voor minimaal een avondje vermaak, dacht hij. Buiten liep hij naar het nabijgelegen Vondelpark, waar hij plaatsnam op zijn vertrouwde bankje. Hier dacht hij vaak na en spotte hij vrouwen. Het was nog niet echt warm, hij rilde even. Langzaam was er een idee bij hem gerezen. Een zweverig vriendje van zijn ex-vrouw deed vrijwilligerswerk bij een instelling voor jonge, nog gezonde vrouwen met HIV. Zweefvriend repte er wel eens over dat het zonde was, dat soms zulke mooie vrouwen dat virus onder hun leden hadden. Als Kloon nu eens zo’n exemplaar versierde. Een briljant idee, een geniale ingeving. Het was dan een kwestie van tijd voor hij weer met een immens zielig boek op de proppen kon komen. Kassa!

Kloons mobiel ging af. Hm, onbekend nummer, toch maar op wagen. ‘Kloon.’ ‘Hoi, met Kitty.’ Kloon voelde dat zijn opwinding begon te groeten, dat kontje was nog immer op zijn netvlies. ‘Ben jij nou die schrijver van dat verdrietige boek?’, vervolgde ze. ‘Inderdaad.’ ‘Dat heb ik gelezen hoor, hartstikke aangrijpend hoor, dat heb je erg knap verzonnen.’ ‘Verzonnen, het is autobiografisch.’ ‘Wat is dat?’ ‘Ach laat maar, zullen we vanavond een drankje doen, dan kunnen we er eens over praten.’ ‘Graag, ik heb altijd al eens een echte schrijver willen spreken, jij maakt vast veel mee.’ ‘Goed, negen uur bij het Palladium op het Leidscheplein, tot dan.’ Kloon klapte z’n toestel dicht en zuchtte. Dit uitstapje met dit lekkertje loste niet zijn financiële sores op. Hij nam zich heilig voor om morgen vriend vrijwilligerswerk op te sporen om zo aan een bruikbare dame te geraken. Een vaste, pathologische relatie met als doel een bestseller. Hij grinnikte even. Zoiets verzin je toch niet.

© Simon Trommel
April 2008

2 reacties op “Komt een man bij de bankier…”

  1. Myrah van Vliet:

    Hoi Simon,

    Onder het genot van mijn dagelijkse 2 boterhammen aan mijn bureau heb ik je eerste websitecolumn met zeer veel plezier gelezen. Ik hoop wel dat deze column
    een vervolg krijgt.
    Veel succes met je website! 1 Vaste bezoeker heb je al.

    Myrah

  2. John:

    Is er misschien een foto van Kitty aanwezig?

Reageer hierop