okt 14

Zondag vierde mijn vader zijn verjaardag. Driekwart eeuw oud; voorwaar een respectabele leeftijd. Wij waren er: zijn vier kinderen met aanhang, twee kleinkinderen, één ontbrak vanwege een kater. Eén kleinkind op komst was er in feite ook, slechts nog niet bij vol bewustzijn. Daar in zijn kamer in de Wassenaarse zorgvilla zongen we gezamenlijk Lang zal hij leven, een oer-Hollandse traditie immers. Zonder na te denken, uit volle borst. Hij glom. Het feest der herkenning was waarschijnlijk zijn beleving van het vieren. Gebak, cadeaus, herkenbare familie, aandacht, gezelschap. Alle elementen die een afasiepatiënt blijkbaar wel raken.

Ik schreef eerder op deze plek over hem. Drie jaar geleden werd hij getroffen door een zeer zware hersenbloeding. Hij werd kundig in leven gehouden door getalenteerde hersen- en neurochirurgen, maar gaat sindsdien behoorlijk gehandicapt door het leven. Volledige verzorging en continue verpleging zijn z”n droeve deel geworden. Communiceren is tot een heikele zaak verworden. De spraak is zo goed als weg en dat wat er uitkomt is adequaat noch begrijpelijk. Ons, zijn kinderen, herkent hij nog, net zoals hij zijn broers en zussen nog lijkt te herkennen. De goede casino naamgeving is echter radicaal verdwenen. Een tijd lang heette elke man Simon, maar dat stadium is inmiddels verleden tijd.

De man, wiens communicatieve vermogens hem zijn hele leven in staat stelde op een hoog niveau te functioneren, is beland op het niveau van een taalzwakke kleuter. Hij, die ooit leiding gaf aan een compleet ziekenhuis, is nu zelf zodanig Het aanbod aan speel casinolen is zeer uitgebreid. hulpbehoevend dat hij lijdend voorwerp is geworden van de gezondheidszorg. De autoritaire directeur heeft geen enkele autoriteit meer, maar heeft nu een dociele afhankelijkheid en hulpbehoevendheid die pijn doen aan mijn ogen. Ondanks de uiterlijke feestelijke stemming zondag overheerste bij mij een triest gevoel van binnen. Hoe zou hij het ervaren? Even naar en verdrietig als ik? Ik kan mij onmogelijk voorstellen, dat hij diep van binnen denkt, hoera, weer een jaartje erbij. Op naar de honderd.

Zondagse rust heerste er in de statige Wassenaarse dreven, terwijl het schitterend weer was voor zomaar een zondag in oktober. Indian summer. Ondanks dit, verliet ik met een naargeestig gevoel het feestgedruis. Lang zal hij leven, zongen we. Eigenlijk een heel vreemde wens. Zou hij dat wel willen? Moet ik hem dat nog gunnen? Deze gedachten leverden een heel dualistisch gevoel op. Enerzijds wil je hem dan toch nog zo lang mogelijk zien. Anderzijds denk je, dat er voor hem weinig kwaliteit van leven resteert. Me terdege realiserend dat er echter geen keuze is, besef ik ook dat het lange leven dat hem mogelijk nog beschoren is, er één is waar we hem zo goed mogelijk doorheen moeten loodsen.

Vijfenzeventig jaar. Als ik ooit deze leeftijd mag bereiken, dan hoop ik dat in een betere gesteldheid te doen dan mijn vader. Een mens heeft het niet voor het zeggen, luidt een knots van een cliché. Maar zo is het helaas wel. Mijn vader heeft letterlijk niets meer te zeggen. We zijn uitgepraat, zei mijn zus eens zeer treffend. Het werd zondag nooit meer feestelijk tussen mijn oren.

2 reacties op “Lang zal hij leven?”

  1. Lillou van As:

    Beste collega!

    Nu na het surfen over je site ben ik diep onder de indruk. Wat een goede stukken schrijf je zeg!
    Ik wilde even zeggen dat ik maandag weer op de HRO ben, dus zal ik de informatie even droppen.
    Tot ziens op de Wiekslag!

    Groetjes, Lillou

  2. Celeste:

    Kippenvel, Simon. Uitstekend verwoord dit. Complimenten.

Reageer hierop