mei 23

In een kolossale huiskamer van een protserige villa in Amsterdam Oud-Zuid zat een trendy geklede man met een stoppelbaardje en wat te lang, golvend haar op zijn lederen, witte bank droefgeestig te roken en te drinken. Deze eens zo bewierookte schrijver bevond zich in een diepe dip. Een fiks dal beter gezegd. Meesmuilend bejegend en beschimpt werd hij door de Nederlandse, literatuurminnende goegemeente. Daar waar hem altijd loftuitingen ten deel waren gevallen, was de publieke opinie faliekant tegen hem gekeerd. Weg was de roem, die ooit eeuwig leek. Verdwenen was de aandacht, die hem heimelijk altijd zo goed deed. Verschrompeld was de vrouwelijke adoratie, waar hij het eigenlijk allemaal voor deed. Hoon was zijn deel, van grappen werd hij het lijdend voorwerp en plots verscheen hij in cartoons. En niet als de held. Toen hij in Fokke en Sukke werd afgebeeld als een bedriegende charlatan, wist hij dat het nooit meer goed zou komen. Een wreed einde van zijn grootse carrière. Zijn spectaculaire ondergang was het gesprek van de dag. Niet alleen de intelligentsia die de NRC consumeerden, maar ook de hysterische, hijgerige vrouwentypes die zich heel echte schrijfsters waanden op Hyves, lieten hem, eens hun held, vallen als de clichématige baksteen.

Waar was het precies fout gegaan? Hij wist het exact. Hij voelde opnieuw het akelige gevoel in zijn buik, dat hij vroeger ook al had als hij naar de schooltandarts moest. Een kindonvriendelijke beul met een boor. Als hij terugdacht aan dat telefoontje van die trut van RTL Boulevard, die hem pijnlijk confronteerde met een uitnodiging die hij nooit had willen krijgen, vreesde hij dat het einde van zijn zegetocht als de nieuwste Nederlandse literator van deze eeuw mogelijk in zicht was. Hij kon niet anders dan opdraven in dat walgelijke roddelcircus van de RTL, want bij een onverhoopte ontstentenis, zouden ze hem zeker en plein publiek vonnissen. De deconfiture van een populaire volksschrijver was in feite begonnen in dit programma. Hij herinnerde zich de gebeurtenissen minutieus, als waren ze chronologisch en digitaal op zijn netvlies gelaserd. Het was weliswaar nu meer dan een maand geleden, maar nog steeds deed deze openbare executie hem Dantesk aan, uitgevoerd door die valse musicalnicht. Tack had toen zijn geprivatiseerde hel op aarde gevonden, dacht hij.

Tack zuchtte weer eens diep, stak een verse Player Special op en nipte van zijn Johnny Walker. Het ijsblokje was bijna geheel gesmolten. Een mooie metafoor, dacht hij cynisch, niet zonder enige zelfspot. Zijn succes loste op als ijs in whisky. Hij dronk nog meer dan voorheen, sinds zijn ontmaskering. Hij was “s morgens vergeten, wat hij de avonds ervoor deed, zei en dronk. Weliswaar deed hij niets anders dan rondhangen, piekeren en zappen. Wat hij dronk kon hij “s morgens berekenen aan de hand van het aantal verdwenen ijsblokjes. En zeggen deed hij toch niets, want wie zou zijn teksten hier nog horen? Sinds het begin van zijn zegetocht, zijn eerste boek, zijn kekke televisieoptredens, zijn spraakmakende interviews en zijn populaire spreekbeurten, was hij “s nachts nooit meer alleen geweest. Nu wel, pijnlijk genoeg alleen op de wereld. Hij meed het publiek, de winkels, de horeca en het uitgaansleven van Amsterdam. Dus daar, waar hij tot voor kort zijn vrouwen selecteerde, die sommigen kort, anderen wat langer de kans kregen het bed met de vermaarde Tack te delen, kwam hij niet meer. Zijn jachtgebied was voor hem gesloten. Alsof er nog één vrouw was die met hem ook maar iets zou willen delen, laat staan zijn riante stonde. De enige persoon waar hij nog intermenselijk contact mee had, was de bezorger van de Albert. Zijn postiljon van de tegenwoordig zo grote, boze buitenwereld, tevens bezorger van kant-en- klaar maaltijden en whisky.

Hij verviel weer in retrospectief somberen op zijn bank. Hij dacht terug aan het eerste boek, dat een aantal jaar geleden insloeg als een bom. Een megahit, een bestseller. Literair juweeltje, zo positioneerde de uitgever het manuscript van ‘Mannen zijn jagers, vrouwen de prooi”. Een nieuw genre was geboren, aldus de criticasters. Eindelijk een volwaardige, literair verantwoorde tegenhanger van het genre chicklit, dat sinds het einde der negentiger jaren furore maakte onder het veelal vrouwelijke lezerspubliek. Onder de lezers van chicklit was gaandeweg de gedachte postgevat, dat de vrouw haar eigen vrije keuzes had om haar seksuele leven in te vullen zoals zij dat zelf beliefde. Voorts werd de chicklit lezende vrouwen de illusie bezorgd, dat vrouwen best capabel waren om hun eigen zielenroerselen aan het papier toe te vertrouwen. Tack haalde zijn neus op voor deze misvattingen. ‘Vrouw wees uw man onderdanig”, was één van de weinige Bijbelcitaten die hij beleed. Hij kende de vrouwtjes. Niks vrijheid, emancipatie, het heft in eigen hand, op mannenjacht. De man was van oudsher de jager, de vrouw diende zich te schikken als prooi. En schrijvende vrouwen? Ach, hysterisch huisvrouwengeklets en een emotionele woordendiarree van al die dramaqueens, zo sprak hij in interviews, waar blijkbaar zelfs de meest kritische ondervraagster aan zijn lippen hing, terwijl hij aan de hare dacht.

De eerste druk was zo bescheiden van oplage, dat deze binnen een mum van tijd was uitverkocht. Dat ging, meende hij, zo ruim dertig drukken door. Zijn uitgever positioneerde hem als een niche product. Hij zag er goed uit, was een goed gesoigneerde dertiger, vrijgezel, zeer promiscue met vlotte babbel en altijd goed voor een lekkere soundbite, welke meestal de Holland Casino is dus in casino nederland onlinede enige met een vergunning tot het aanbieden van casinospelen. vrouw betrof en nooit een al te vrouwvriendelijk karakter had. Terwijl Tack in zijn chique keuken een ijsblokje uit het plastic peuterde, dacht hij smalend terug aan de succesjaren. Hij kwam overal mee weg. De grootste chickhopper van de hoofdstad werd aanbeden. Nooit een vrouw met kritiek. Ja, incidenteel in de Opzij wel eens, maar daarin schreef een aantal verzuurde potten, dat nog mee was komen drijven op de emancipatoire golf van decennia ervoor. Nee, Tack was een literaire held, die toch gewoon zichzelf was gebleven, zo zei men. Onder invloed van drank, pillen en poeders raakte hij echter regelmatig geheel buiten zichzelf en belandde hij geregeld met één, of soms zelfs twee vrouwen in zijn immens grote bed. Zij pikten het; hij nam hen met verve.

Wanneer ging het fout? Bij de lancering van de opvolger. Met ‘Ik, Tack, op jacht” zette de uitgever een waar mediaoffensief in om in relatief korte tijd zoveel exposure te genereren, dat de boekenmarkt zou imploderen en dit exemplaar bij alle bestesellerlijsten op de eerste plaatst zou prijken. Tack, die overigens ooit als Aalbrecht Tackenwoudt was geboren, maar dat bekte niet, zo besloot de uitgever, draafde op in alle televisieprogramma”s die er echt toe deden. Binnen korte tijd voerde zijn minitournee hem langs De wereld draait door, Pauw en Witteman, Spuiten en slikken, zelfs Nova en tenslotte bij Katja en Sophie. Eindelijk twee vrouwen die hij niet zo makkelijk zijn hol in kon lokken. Hoe hij de kokette Katja ook verbaal en non-verbaal bestookte, hij kreeg geen poot aan de grond bij haar. Dat viel hem toen nog zo tegen, herinnerde hij zich nu. Dat gaf hem ook een rottig gevoel. Hij was een afwijzing niet meer gewoon. Maar het was niets vergeleken bij de deplorabele status waarin hij nu verkeerde. Peinzend staarde hij naar de fles. Black Label. Dat zou binnenkort maar weer gewoon de Red moeten worden, want de royalty”s vlogen niet meer rijkelijk zijn girale richting op.

Die bewuste avond van RTL Boulevard. Dat wicht Bunskoek, die zich over de rug van Pauw omhoog had gekrikt in televisieland, lokte hem met haar zoetgevooisde stem de studio in. Live, dat is goed voor je promotie. In de uitzending werd hem een verrassing beloofd. Hij voelde al argwaan, maar kon de vinger niet op de zere plek leggen. De uitgever was akkoord, omdat de kijkers van deze pulp weer een heel ander segment vormden binnen de doelgroep van Tack. Hij had het programma toen op video opgenomen, maar kon het niet terugzien. Een nieuwe peuk en een vers drankje verzachtten zijn innerlijke pijn en teleurstelling. Die nicht startte een gefilmde reportage met de vraag of Tack wilde meekijken en er dan commentaar op had. Tack was erg gespannen. Wat kwam er? Een lekker wijf uit zijn verleden? Een fan met een oneerbaar voorstel? Het was erger. Toen zij in beeld kwam, stokte zijn adem, de grond zakte onder zijn voeten weg, zijn wereld stortte in. Hij hoorde nauwelijks nog wat er gezegd werd, maar dat was ook niet nodig. Ze hadden het geheim van de uitgever en hem ontdekt. Hun alliantie was ontrafeld. Er kwam zonder twijfel een abrupt einde aan zijn mythe. Slechts zij drieën hadden ervan geweten, echt als enigen.

Eenmaal had hij haar echt ontmoet. Hij kende toen haar naam niet eens. Een miezerig, iel, grijs muisje. Daar kon zijn uitgever niets mee. Ze leek wel een vent, maar schreef ook als een vent. Zo onappetijtelijk haar eigen presentatie was, zo geil en commercieel haar teksten bleken. Een paradoxaal verschijnsel dat de uitgever toevallig op het spoor was gekomen. De uitgever was met het lumineuze plan gekomen bij Tack, die hij kende uit het horecacircuit. Hij zou de onvolprezen auteur uithangen, zij werd de eloquente ghostwriter die absoluut anoniem moest blijven. Een geniaal, goedschrijvende vrouwtje, dat voor een vorstelijk honorarium haar gelikte proza door Tack over het voetlicht zou laten brengen. Tack werd afgemaakt na het alles openbarende interview. Daar weer aan terugdenkend knikten zijn knieën nog steeds en kreeg hij het met terugwerkende kracht Spaanse benauwd. De ghostwriter vond dat ze geminacht werd en had de RTL getipt. In liefdevol samenspel maakten beide presentatoren het karwei af. Tack was kansloos. Achteraf, dacht hij, kreeg hij als enige de zwarte piet. Mevrouw ghostwriter was nu plots de gevierde schrijfster en de uitgever behandelde haar met alle egards Hij verdiende nu meer centen dankzij haar. Een handig zakenmannetje. Laatst zag Tack haar op televisie figureren. Allemachtig, wat een extreme make-over had een bataljon cosmetisch opererende plastisch chirurgen haar bezorgd. Ze oogde verbluffend, maar hoeveel procent was vals? Het ergste, stond Tack bij, was het slot van zijn laatste televisieoptreden. Peter R. de Vries die als derde presentator tot dat moment prudent had gezwegen, voegde hem als laatste vilein toe, dat als alternatieve straf men hem tijdens het komende Boekenbal gehuld in pek en veren ten schande op het podium moesten tentoonstellen. Dat voelde als de doodsteek. Een ootmoedige, gebroken man, dat was het laatste beeld dat de kijker bij zou blijven. De teloorgang van een valse narcist.

©Simon Trommel
Mei 2008

 

 

 

Eén reactie op “Pek en veren”

  1. myrah:

    Hoi Simon,
    Ik heb genoten van je nieuwe stukje. In jouw verhalen komt de Nederlandse taal weer tot leven!!! Dat boek moet er echt komen hoor!
    Hopelijk ontvang je dit berichtje in goede orde.
    groet,
    Myrah

    p.s. Een mooie, overzichtelijke website heb je.

Reageer hierop