jun 12

Mijn vader leeft nog wel, maar hij bestaat niet meer. Bestaan, in de zin van Descartes, de Franse filosoof, die in de zeventiende eeuw de basis legde voor het rationalisme onder het motto ‘Ik denk, dus ik besta”. Mijn vader is zijn ratio al enige jaren verloren. Ten gevolge van zware hersenbloedingen is hij zijn communicatieve vermogens kwijt. Afasie, zo luidt de medische term. Spraak en logica zijn zwaar gedevalueerd. Begrip, geheugen en herkenning zijn danig gehandicapt. Kortom; een fysiek redelijk gezonde zeventiger is niet in staat zichzelf te redden, zich staande te houden en de meest primaire bestaansprocessen uit te voeren.”Danig in de war”, zong Rick de Leeuw van de Tröckener Kecks ooit al eens heel toepasselijk. Typerender kan niet. Het dualisme van het rationalisme blijkt heel erg bij mijn vader: geest en lichaam zijn pijnlijk gescheiden.

Zondag zal hij verbaasd zijn al zijn kinderen en kleinkinderen op te zien draven in de Wassenaarse zorgvilla waar hij thans verblijft. Geen flauw benul van Vaderdag; geen enkele notie van tijd, plaats en handeling. Hij vraagt zich hooguit af, waarom iedereen plotsklaps voor zijn neus staat. Als hij zich dat al afvraagt. Of hij überhaupt zijn rationele vermogens nog bezit, is de prangende vraag. Zou hij mij nog begrijpen, of hoort hij mij zoals ik hem hoor. De moderne versie van een Babylonische spraakverwarring. Na een kort zondags autoritje onlangs zette ik hem weer bij zijn villa af en leidde hem naar binnen. Paniek in zijn ogen. Waar ben ik? Ga jij weg? Ik snap het niet! Hij begreep er niets van. Dat hij daar woonde, dat het zijn kamer was en dat ik weer wegging. Weet hij eigenlijk nog wel wie ik ben? Waar heeft hij nog wel weet van?

Hij zal zich zondag vast verheugd tonen over de kwantitatief sterke opkomst. Hij hield en houdt van aandacht. Hij zal smakelijk eten in auberge ‘De Kievit”, waar de ambiance, de clientèle, de entourage en de correcte bediening zijn goedkeuring kunnen wegdragen. Hij zal knoeien met de brunch die uit een aspergegerecht zal bestaan, want hij knoeit nu altijd met zijn eten. De ooit zo decente man slaagt erin om bij menige maaltijd zijn stropdas te besmeuren. Met smaak eten, dat doet hij wel. Daar is niets mis mee. Dat wij er echter ter ere van Vaderdag zijn, dat er een vooropgezet plan wordt voltrokken, dat wij niet voor niets hem allemaal een nieuwe stropdas geven op instigatie van mijn zus, dat zal hem allemaal als vluchtige coïncidenties voorkomen. Het bestaat niet, dat hij nog denkt. Hij ondergaat louter en alleen. Wie René Descartes was, zal hij zich ook wel niet herinneren.

Het cadeau heb ik nu al verraden, maar Hyves kent hij niet, lezen kan hij casino niet meer en een laptop heeft hij niet. Hem nu echter een Playboy te geven, gaat ook wat ver. In vroeger tijden zou hij zo”n magazine besmuikt terzijde hebben gelegd, onderwijl zich afvragend of mijn moeder zulk een frivoliteit zou tolereren. Wellicht dat hij er nu zonder enige gêne met een open mind in zou bladeren, zich hooguit afvragend waarom de dames er zo slecht gekleed bijzitten. We houden het dus toch maar op de eerder gememoreerde das. Koop ik ook eens zo”n kledingstuk. Nu nog leren hoe deze te strikken. Hoe het ook zij, zondag wacht er een Vaderdag, die we in elk geval nog vieren kunnen. Daar waar we het tijdens Moederdag bij herdenken hielden, is ons het voorrecht beschoren dat hij er nog altijd is.

Het blijft soms verdrietig om te constateren dat de kloof tussen bestaan en leven een diepe is. Dat een man, die ooit een licht autoritaire directeur was, of speelde, nu verworden is tot een ontzettend afhankelijk, nooddruftig individu. Enerzijds is er de dankbaarheid van zijn existentie; anderzijds de bij mij soms opspelende woede omtrent zijn status quo. Ik weet, dat je veel dingen in het leven niet kunt beheersen, dat je het niet voor het kiezen heb, maar welk cliché je er ook op loslaat, het voelt soms oneerlijk. Carpe diem. We zullen zondag als dag weer plukken. Elke dag is er immers één. Het ergste is, dat ik ook genoopt word om mee te eten. En ik houd helemaal niet van asperges. Bah.

© Simon Trommel
Juni 2008.

2 reacties op “Playboy en Vaderdag”

  1. Anita Verschoor:

    Hai Simon

    Wat heb je dit weer mooi geschreven.
    De verschrikkelijk harde realiteit.
    Ik wist dat het niet goed ging met je pa maar dat het nu zo is was ik niet van op de hoogte.
    Een schrale troost dat je pa het zelf niet weet, maar voor juliie lijkt het me erg moeilijk.
    Heel veel sterkte en maak er met elkaar toch een goede vaderdag van.

    Groetjes Anita

  2. Myrah:

    Hoi Simon,

    Je weet dit prachtig neer te zetten. Ook mijn vader was in zijn laatste levensjaren zijn communicatiee vaardigheden kwijt. Alzheimer. Wat je schrijft is zeer herkenbaar en op een mooie wijze verwoord met een lach en een traan….

    Myrah

Reageer hierop