nov 30

Onlangs trof ik mezelf aan, zittend op een houten bankje zonder leuning, dat je wel vaker op schoolpleinen tegenkomt. Ik zat daar op een woensdagmiddag in een heerlijk najaarszonnetje dat het begrip Indian Summer eer aandeed. Inderdaad bleek dit het schoolplein te zijn waar ik vier decennia geleden de tafels leerde, knikkerde, in de hoek stond en voor het eerst verliefd werd. Het schooltje was aan de buitenzijde niets veranderd, dacht ik. Het was er nu uitgestorven, wat logisch was natuurlijk. Ook het fietsenhok stond er nog net zo bij als toen, in de late jaren zestig. Ik verzonk in een nostalgisch peinzen.

Ik was deze woensdag op weg gegaan met als doel winkelcentrum Leidsenhage aan te doen. In zo”n commercieel doolhof belandde ik veelal in boekwinkels en platenzaken. Zo ook deze warme middag. Veel te warm gekleed in mijn leren winterjas toog ik richting Paagman om te onderzoeken hoe het met het nieuwe boekenaanbod was gesteld. Een uurtje later en een aantal zaken verder, realiseerde ik me weer, dat ik niet voor niets al geruime tijd boeken en cd”s op het internet kocht. Makkelijker, sneller en een veel groter aanbod. Wat een rommel verkocht die Free Recordshop. Even overwoog ik me op het kledingaanbod te storten, indachtig de sommering van vriendin me wat nieuws aan te schaffen, maar de hekel aan deze branche was groter dan de eventuele ophanden toorn thuis.

 Me verbazend over de openbare eetlust van het gros der winkelende Nederlanders kuierde ik tamelijk willekeurig door het drukbevolkte winkelcentrum. Het moest verboden worden om Hema-worsten, Big Macs, zakken patat en wat al die meer zij in het openbaar te consumeren, dacht ik intolerant. In elk geval oogde het onsmakelijk. Ik meende ook een correlatie tussen de corpulentie van de consument en het genuttigde object waar te nemen. Een evenredigheid in vetgehalte. Moeders met jengelende kinderen leken hier woensdagmiddag in groten getale te zijn gedropt. Moderne staaltjes opvoeden passeerden soms weer de revue. Diverse malen werden de kids afgekocht met snoep. Hoe dikker het kind, hoe slechter opgevoed? Voor V&D slenterend wierp ik onwillekeurig een blik naar het kleine zijstraatje aan de overkant van het parkeerterrein en ik moest toen vast gedacht hebben aan mijn oude lagere school. Als vanzelf en natuurlijk stak ik de drukke, doorgaande weg over en liep het straatje in.

Zo kwam ik in een oase van rust terecht bij mijn oude lagere school, Dobbehage, dat gelegen was aan een plein en een plantsoen, die geheel omringd waren met flats. Het plein en plantsoen waren in veertig jaar een stuk kleiner geworden, hetgeen ook gold voor het schoolplein. Ik belande in een mentale sentimental journey. Meester Boter, Zijlstra en Van Dijke herinnerde ik. Gek genoeg geen één naam van een juf, niets voor mij. Links zag je de aula, waar we op vrijdagmiddag film keken. Zo”n ouderwetse film op die grote spoelen, die meestal minstens eenmaal brak. In het fietsenhok was er eens na schooltijd de eerste kuise zoen met een medeleerlinge uit de zesde klas. Het was niet met Marjolein, daar was ik verliefd op, maar ja, wie niet. Het scheen me toe, dat de knikkerpotjes nog immer op dezelfde plaatsen op het plein gesitueerd waren. Verbeelding?

De spelletjes op het plein: grietenvangertje, overlopie, één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, wie mag ik een zoentje geven? Ik besefte, dat ik toen ook al sjoemelde met de regels. Stiekem keek je door je halfgesloten open, opdat je bij haar uitkwam, waar je je zinnen op had gezet. Aan de andere kant van de school lag naast de plantsoen een grasveld, waarop wel eens gevoetbald mocht worden. Mijn eerste illegale sigaret had ik hier ook gerookt, wederom in de fietsenstalling na schooltijd. Belinda menthol, gejat uit de doos voor de visite thuis. Samen met een medeleerling, die Hippie werd genoemd, geen flauw benul meer waarom. Wat was ik toen misselijk. Ik bleef over tussen de middag, niet omdat ik zo ver woonde, maar vanwege Sylvia, waar ik blijkbaar ook al verliefd op was. Zij woonde wel ver van school. Met haar ging ik een tijdje. Ik kon me niet herinneren, wat dat precies behelsde. Wel wist ik weer, dat we tussen de middag samen het plein afliepen, langs het water bij het plantsoen en dan bij een klein buurtwinkelcentrum kwamen, waar we bij de bakker een warm saucijzenbroodje kochten. Ik zag de zaak nog zo voor me.

‘Meneer, meneer.” Ik schrok wakker, was ik nu half in slaap gesukkeld? Naast het bankje stond een tweetal kinderen, een jaar of tien schatte ik hen. Een jongen had een bal onder z”n Taken in small amounts (up to 100 milligrams), buy-detox.com usually makes the user feel euphoric, energetic, talkative, and mentally alert, especially to the sensations of sight, sound, and touch. arm, de ander droeg een skateboard. Gekke combinatie. ‘Sliep u?”, vroeg de ballenjongen een tikje verbaasd. ‘Tja, in slaap gedommeld, het is ook zulk lekker weer, ik mijmerde wat over mijn jeugd hier.” ‘Hier, zat u op deze school, wij ook”, deed manneke skateboard een duit in het zakje en hij vervolgde met: ‘We hebben juffrouw Sharon, hebt u die ook gehad?” Dat leek me niet waarschijnlijk toe. De ballenjongen wachtte niet op antwoord, maar sprak bijdehand: ‘Nee joh, daar is hij veel te oud voor, kom op, we gaan spelen”. Zonder een vorm van afscheid liep het tweetal het plein af richting een soort gymzaaltje. Oh ja, dacht ik, daar was ook nog een andere speelplaats.

Ik knikkebolde en had moeite de ogen weer open te houden. De temperatuur deed me de das om. Plots kwam de overblijfjuf me vaag voor ogen. De juf van de eerste klas. Rode, woeste haren, wel knap, meende ik me inmiddels te heugen. Zij was vast piepjong toen. Ze draaide in haar lokaal, terwijl de kinderen hun boterhammetjes aten, singletjes op zo”n oude pick-up. Popmuziek, ze was hartstikke modern in onze ogen. Ik trachtte een beeld van haar op mijn netvlies te krijgen, maar dat lukte niet erg. Plots blafte een hond,vlakbij. Ik vloog overeind, gevolg gevend aan mijn chronische angst voor honden. ‘Rustig maar meneer, hij zit vast en doet niets.” De eigenaar van de stem was een ruime tien meter verwijderd, een oude, grijze man zeker de zeventig gepasseerd. De hond negeerde me gelukkig, maar de man nam ongevraagd naast me plaats.

‘Weertje, niet waar?” Ik beschouwde deze vraag retorisch. ‘Ach, zo”n schoolplein, zo”n lagere schooltje, pure nostalgie, niet waar?” Wederom zweeg ik. ‘En toch, nu ik in de blessuretijd van mijn leven bevind, denk ik achteraf wel eens, dat al dat moeten leren eigenlijk helemaal niet zo nuttig is.” Ik wilde voorzichtig riposteren met “kennis is macht” en soortgelijke teksten, maar kreeg mooi de kans niet. ‘Kennis is mooi hoor, maar dat zoeken ze tegenwoordig allemaal op die computers op, leren is leuk, zo zeg ik altijd maar, maar pure wijsheid, dat kun je niet leren.” Hij knikte er zo nadrukkelijk bij, alsof hij geen enkele tegenwerping zou dulden. ‘Ik zeg altijd maar zo, dat wat een schoolmeestertje je kunt leren, staat niet in verhouding met wat het leven je als mens te leren heeft.” Blijkbaar was hij aan het einde van zijn referaat, want hij stond tijdens zijn slotakkoord op, knikte me beleefd toe en liep rustig verder met zijn viervoeter.

Het viel me nu pas op dat de spaarzaam aanwezige bomen op het schoolplein danig uitgegroeid waren tot robuuste bakens van de natuur. Waarom was ik hier naar toe gegaan? Toeval? Ik hees me moeizaam in de benen en liep naar de hoofdingang van het schoolgebouw. Stiekem gluurde ik naar binnen, maar daar trof ik niet zo veel herkenning meer. Ik voelde aan de deur. Gesloten natuurlijk. Ik besloot de herinneringen de herinneringen te laten en naar de auto terug te wandelen, die zonder twijfel nog op de parkeerplaats bij Leidsenhage stond. De Dobbelaan uitwandelend wierp ik nog een blik terug op mijn historie. En toch, de wijze woorden van de grijsaard ten spijt, had ik hier een hoop geleerd en de basis gelegd voor mijn verdere leven. Wellicht lag de waarheid in het midden? Een stukje wijzer en niets armer kwam ik thuis.

 

Reageer hierop