jan 07

Het was ergens aan het einde van de jaren tachtig, dat we op een camping belandden in the middle of nowhere in de Franse Provence. De locatie was zo cliché, dat het wel waar moest zijn. Een dorpje van niets: een Boulangerie en een Tabac, en wat oudere, locale inwoners op een zandvlakte die na de siësta hun eeuwige petanque speelden. Het dorpje was aan twee zijden omzoomd met onafzienbare rijen wijnranken en aan één kant was er een boer met zonnebloem- en lavendelvelden. Als de altijd aanwezige mistral aanwakkerde, rook je op de camping het zo bedwelmende aroma van de lavendel. Vriendin Monique was er dol op.

De camping was gesitueerd aan die kant, waar het dorp een riviertje naderde. ‘s Zomers was de kwalificatie rivier wat ruim bemeten, want er stond doorgaans weinig water in. Tenzij het zuiden van Frankrijk werd getroffen door een korte periode van subtropische hoosbuien. Binnen een mum van tijd stroomde zo”n riviertje dan tjokvol. Wij hadden een mooi plekje op een doodlopend pad parallel aan dat riviertje. We waren de enige aan dit zanderige, stoffige pad, uitgezonderd een heel oude caravan die er zo gehavend uitzag, dat bewonen ons onmogelijk leek. De camping werd geleid met de befaamde Franse slag; we konden gaan staan waar we wilden, had men ons in de schamele receptie gezegd. Dit leek ons een stille, fraaie plek, waar we tevens over wat privacy beschikten. We waren nog niet zo lang samen en het is “s nachts op een camping erg gehorig.

Dat bleek wel, toen we de eerste nacht moe van de lange reis, die we natuurlijk tegen beter in in één dag gemaakt hadden, als een blok in slaap vielen. We waren beiden te moe om alleen al aan seks te denken, slaat staan… Midden in de nacht werd ik wakker van wat onbestemde geluiden die van niet zo ver weg leken te komen. Ik zat recht overeind, grabbelde naar mijn bril en zaklantaarn en wurmde me een beetje uit mijn slaapzak. De geluiden kwamen duidelijk uit de richting van die aftandse caravan. Werd er soms ingebroken? We hadden er niemand gezien en er waren ook geen tekens van leven of bewoning waar te nemen. Er was nu duidelijk gestommel te horen. Ik durfde mijn zaklantaren niet aan te doen, maar schudde Monique wakker, die waarschijnlijk door de opperbeste rode wijn uit Château-Neuf-du-Pape in een comateuze slaap was geraakt. Langzaam kwam ze bij de wereld.
‘Wat is er?”, sprak ze slaapdronken, onmiskenbaar gedesoriënteerd om zich heen kijkend in de schemerige tent, waar ze ook al weer was.
‘Stil, zachtjes, ik hoor inbrekers bij die caravan daar”, repliceerde ik op een gedempte toon. Ze zat onmiddellijk recht overeind en keek me met een angstige blik aan. Toen hoorde ik opeens gelach en gepraat uit de richting van de vermeende plaats van delict. Franse dialoog tussen een man en een vrouw, onverstaanbaar, want te rap en zo te horen een soort streekdialect. Toen we vervolgens ook nog het gerinkel van glaswerk hoorden en de plop van een geopende champagnefles, waren we min of meer gerustgesteld. Criminelen vieren toch niet zo luidruchtig de inname van een overjarige caravan, waar waarschijnlijk niets te halen viel?
‘Het zijn natuurlijk de bewoners”, zei ik nu op een wat luidere toon, ondertussen de zaklantaarn in mijn slaapzak aanstekend, zodat we elkaar wat beter konden zien.
‘Kom op. We gaan weer slapen, ik ben kapot”, zei Monique, zich al weer knusjes nestelend in haar slaapzak. Ik knikte gedwee, knipte het licht weer uit en ging ook weer lekker liggen.

Hoe lang ik geslapen had, wist ik niet, maar ik werd bruusk wakker van een schril vrouwengekrijs dat me door merg en been ging. Opnieuw zat ik recht overeind, evenals Monique, die nu adequater reageerde. We hielden onze adem in. Een ogenblik luisterend bleken het duidelijke aansporingen, aanmoedigingen en andere erotische wensen te zijn. Er werd daar onmiskenbaar aan seks gedaan. Dat bleek alras te kloppen, want de Franse dame in kwestie kwam zo luidkeels klaar, dat wij vast niet de enigen waren die er getuigen van waren. Het moet gezegd, daarna keerde de rust snel terug, hoewel we als volleerd voyeurs nog gespitst bleven luisteren of er mogelijk nog een fraaie reprise volgde. Eindelijk vielen we dan echt in een diepe, dromenloze slaap.

De volgende morgen ontbeten we met het obligate stokbroodje voor de tent in de stralende, Franse zon. Het was al tegen twaalven, want vermoeidheid en een verstoorde nachtrust hadden ons genoopt zo lang mogelijk uit te slapen tot we haast van de hitte letterlijk de tent uit dreven. Er was geen teken van leven te bekennen in of rond de caravan. We waren toch zo benieuwd wie onze lustige, verre buren waren. Een week lang herhaalde “s nachts hetzelfde ritueel zich. Ze kwamen diep in de nacht aan, dronken een glas of wat, neukten een rondje, waarbij de vrouw luidkeels een orgasme bereikte, of overtuigend deed alsof, waarna de rust op ons campingpad intrad. Nooit zagen we hen, want “s morgens waren zij blijkbaar eerder weg, dan wij opgestaan waren.

Alles wende, zo ook deze onzichtbare buren. We maakten van de nood en deugd door “s nachts ons ook maar aan wat seksuele escapades over te geven. We zouden hen vast niet storen; mijn vriendin had minder noten op haar zang en was bovendien ietwat verlegen. Na precies een week werd het geijkte patroon verbroken. Onze geile buurvrouw kwam wel drie keer klaar en Monique beweerde dat ze bij de laatste keer hem ook hoorde kreunen. De volgende nacht hoorden we niets. Het was alsof er iets niet klopte. Het enige wat we hoorden waren de krekels, die er altijd maar onverdroten doorgaan. Confuus vielen we in slaap. De volgende morgen nog steeds enigszins verwonderd aan het ontbijt gezeten, werden de verrassingen in een hoog tempo voortgezet. Het deurtje van de caravan ging zomaar open en er verscheen een man. Een veertiger met lange zwarte haren, een stoppelbaard, een grauw wit T-shirt en een verschoten spijkerbroek. Hij had een peuk in zijn mond. Ik rook een flard van de karakteristieke geur: Gauloises, de echte originele zware. Hij zag ons, maar negeerde ons en toverde achter de caravan een oude, zwarte omafiets tevoorschijn. Voor we het wisten, was hij over het mulle zandpad verdwenen, de camping op. Waar bleef de vrouw? Zij verscheen niet.

Een aantal dagen gebeurde er niets. We zagen of hoorden er niemand meer. We vierden vakantie en negeerden de caravan. Monique kon dat prima, maar ik was wat nieuwsgieriger aangelegd. Na vier dagen besloot ik een stiekem door het half kapotte raampje te loeren. Er hing weliswaar verkleurde vitrage voor, maar ik waagde het er toch op. Ik was toch alleen bij de tent. Helaas, er was niets te zien. Ja, een glimp van wat lege drankflessen. Ik voelde aan de deur, die gaf onverwacht mee. Op dat moment hoorde ik mijn vriendin die fris gedoucht van het toiletgebouw terugkeerde.
‘Wat doe jij daar, ga weg, niet doen”, riep ze op een duidelijk boze toon. Ik hield in, want ik twijfelde eigenlijk al aan mijn eigen handelingen. Ik kreeg op mijn kop, want je moest je niet met andermans zaken bemoeien. Het zat me niet lekker en ik besloot aan de eigenaar van de camping eens te gaan vragen wie toch mijn buren waren. Na enige onbegrip van zijn kant, begreep hij mijn vraag eindelijk, hetgeen echter resulteerde in nog meer onbegrip bij hem. De caravan stond leeg, het was een oudje van een overleden familielid. Toen ik uitlegde dat er soms ‘s nachts toch sprake was van enige bewoning, kwam hij in beweging en ging mee poolshoogte nemen. Het was verschrikkelijk. Paniek op de camping. Een lijk van een aantal dagen oud werd er gevonden, gewurgd naar het verluidde. Een politie-invasie vond plaats. Hulpdiensten arriveerden. Het lijk werd verwijderd en wij werden met behulp van een tolk ondervraagd.

De vrouw werd geïdentificeerd als een verdwenen prostitué uit Avignon en de dader bleek, na het bekijken van een aantal boekwerken, een ontsnapte tbs”er uit Marseille, die dood en verderf op zijn geweten had en duidelijk seksueel gemankeerd was, dat werd ons toen wel duidelijk. En deze man had een week naast ons gerecreëerd. We waren ontzet. De campinghouder bood ons zijn excuses aan voor het ontbreken van toezicht en we mochten op zijn kosten het verblijf naar onze wens verlengen. Monique wilde onder geen enkel beding nog langer op de camping, in de Provence, of zelfs maar in Frankrijk blijven. Ook ik had het wel gehad. De dader was nog immer voortvluchtig en we deden ‘s nachts wederom geen oog meer dicht. We besloten naar huis te gaan en hier nooit meer terug te keren.

Rijdend in onze oude Renault 5 tussen de idyllische natuur van de Provence, op weg naar de tolweg naar Lyon, meende Monique tot twee maal toe in twee verschillende dorpjes de dader te ontwaren. De eerste maal schrok ik me echt wezenloos.
‘Daar loopt hij”, schreeuwde ze, wijzend op zo”n stereotype Fransoos. Ik remde en keek de aangewezen kant op.
‘Welnee”, deze man is minstens tien jaar ouder”, stelde ik haar gerust. De tweede maal schrok ik al niet meer. Weer bleek het maar verbeelding te zijn. De terugrit uit Frankrijk was echt een soort vlucht op spoorslag naar het veilige Nederland. Maanden later trof ik een klein berichtje in een landelijk dagblad, dat de dader van de Franse campingmoord gepakt was en dat hij die recente zomer op meer campings actief was geweest. Nooit keerden wij terug naar La douce France. En kamperen doen we gelukkig ook al jaren niet meer.

 

Reageer hierop