sep 19

“IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker! IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!”

(Prediker 1:2)

 

Verijdeld zijn haar stoutste fantasieën,

haar lusten in de kiem gesmoord,

verworden tot fossiele relikwieën,

haar ambities zijn nu wreed vermoord.

 

 Veelbelovende façade van uiterlijke pracht:

de wereld aan haar voeten, kwijlend, geilend,

verheerlijkend, obsessief in al haar gesmacht.

Maar nu: exit, passé, oud nieuws, opinie peilend.

 

De schone schijn wordt bruut ontmaskerd,

ijdelheid verraden; zie haar ware mens-zijn:

egoïsme en zelfverheerlijking verbasterd.

Onthuld haar vunze, valse, vilein venijn.

 

Hoogmoedig is al dat fraais diep gevallen.

Haar ijdele hoop leidde slechts tot immens leed.

Van pin-upgirlallure tot een secreet vervallen;

ze was echt de enige die het ten diepste speet.

 

Niet het lichaam behelst de schoonheid,

de humane geest kan zo meer superbe zijn.

De fysieke verpakking past geen ijdelheid

Een zuivere ziel is meer dan het ultieme rein.

Reageer hierop