dec 18

Nooit eerder was ik in zo’n kaal, kil hokje terechtgekomen, dat klaarblijkelijk dienst deed als wachtruimte. Ik was de enige patiënt. Dat zou gedurende het gehele jaar dat ik me kwam melden zo blijven. Nooit zag ik een lotgenoot met een eveneens gekneusd zielenleven. De flat van mijn behandelende professional had twee deuren. De linkerdeur was de ingang, de rechter de uitgang. De patiënt voor en na mij zag ik nooit of te nimmer. Uiterste discretie, zullen we maar zeggen.

Het wachten was mistroostig. Er stond een stoel, een houten, ongemakkelijke eetkamermodel, niet berekend op lang, comfortabel zitten. Immers, dat hoefde nooit, want het tijdstip van de afspraak werd nooit overschreden. Er stond een tafeltje, waarop, herinner ik me, een Donald Duck, een Autokampioen en een Viva lagen. Karigheid troef. In een beetje wachtkamer van een modale tand- of huisarts lag al gauw een leuke leesportefeuille, voorzien van roddellectuur en mannenbladen. Ik vergreep me dus maar aan de Viva en verlustigde me aan de rubriek Any Body. Ik moest toch wat?

Op de vloer lag linoleum, ordinair zeil, in een depressieve, grijze kleur. Voorts bevond zich er een grote palm in zo’n Hier zijn een aantal tips die vertellen hoe u aan het winnen raakt:De kaartbewegingen zijn hetzelfde als van andere versies van blackjack – met al uw handen, kunt u passen, slaan, double down, overgeven en een verzekering nemen. bruine, aardewerk pot op de vloer. Het lijdensproces van dit stukje flora heb ik dat jaar goed kunnen volgen. De bladeren werden wekelijks geler en de hoeveelheid nam gestaag af. Aan de andere zijde van dit voorportaal tot de behandelruimte was een bruine deur, die meestentijds stipt op tijd werd geopend door mijn verlosser, zoals ik hem in gedachten een jaar lang genoemd had. Met een afgemeten “goedemiddag” noodde hij me steeds correct naar binnen.

Achteraf hebben de tijdsponden die ik in die raamloze inloopkast verbleef me meer aan het denken gezet, dan alle sessies in de eigenlijke spreekkamer. Ik miste het normale patroon van een wachtkamer. Wegkijkende patiënten, kwebbelende vrouwen over het weer, babbelende mannen over het voetbal en een atmosfeer van angst. Angst voor slecht medisch nieuws, een zenuwbehandeling of domweg een injectie. Ik hoorde, zag, noch vreesde de behandeling. Ik piekerde gewoon verder.

Feitelijk was de tijdsspanne van het kwartier, dat ik er wekelijks doorbracht, onderdeel van de therapie, zo begreep ik achteraf pas. De psycholoog had me in het intakegesprek duidelijk gemaakt, dat elke sessie maximaal een uur duurde en dat ik te allen tijde een kwartier voor aanvang er zijn moest. Je wist maar nooit, of de vorige cliënt eerder klaar was, zei de zielenwroeter ernstig. De vorige cliënt was nimmer te vroeg.

Na een jaar lang Rorschachtesten, tekeningen, vrije associaties, goede gesprekken en stappenplannen werd me duidelijk, dat de frase “U moet het zelf doen,” letterlijk opgeld deed. “Genees jezelf,” was het credo van de psycholoog. Los je eigen problemen op. Ik begreep dat eindelijk en arrangeerde een exitgesprek. Ik had veel over mezelf geleerd en doctorandus Psycho had er alle vertrouwen in. Ik ook. En die wachtkamer? Desgevraagd meldde hij me, dat hij het hokje ooit tot zelfreflectieruimte had omgedoopt. Het was de enige maal dat m’n ex-psycholoog grijnsde.

 

 

3 reacties op “Zelfreflectieruimte”

  1. Karin/ MikaDo:

    Geen psycholoog nodig, de wachtruimte doet al genoeg…

  2. Juliette:

    Slimme kerel, makkelijk centen verdienen…;-))

  3. Matti:

    Dit blog had ik al eerder gelezen, maar nu, na herlezing, opnieuw: ~grijns~

Reageer hierop