sep 24

Sinds vorige week ben ik naarstig op zoek. Vandaar dit schrijven. De jongste troonrede  deed mij het licht zien. Ik schrok abrupt op uit mijn zorgeloze bestaan. Mijn werkzame leven had ik vijf jaar geleden, na dertig fulltime onderwijsjaren, op eigen gezag al wat ingeperkt. Een soort  private prepensioen. Dat bevalt al vijf jaar prima, hoewel ik soms nog best hard en veel moet werken. Ik besefte, dankzij de impliciete, dreigende bewoordingen van onze regering, dat ik fout bezig ben. Onze verzorgingsstaat  is definitief voorbij. We zijn beland in een participatiemaatschappij.

Ik veronderstelde over een decennium vanzelfsprekend mijn rechtmatige aandeel AOW te zullen krijgen, vorstelijk aangevuld met het zelf bijeen gespaarde riante pensioen. Ik weet nu, dat je daar niet te veel van hoeft te verwachten. Voorts vervallen geleidelijk alle voorzieningen voor de ouderen. Stel dat ik eindig als mijn vader, vegeterend in een luxueuze zorgvilla. Ik kan mij zoiets niet veroorloven. Ik ben afhankelijk van alle zorg uit de collectieve sector. Deze sector wordt geleidelijk afgeslankt. Jargon van onze bestuurders. Uitgekleed is adequater.  Zeg nu zelf: gevechtsvliegtuigen zijn toch hipper dan verpleegtehuizen.

Ik ben straks afhankelijk van mijn kinderen. Aan het einde van deze eeuw zijn we weer beland in aloude tijden. De oudjes eindigen bij hun kinderen in huis. Alleen de zeer bemiddelden blijven privé hun zorg inkopen.  Mantelzorg, zo noemen de christenen van het CDA deze naastenzorg, die economisch gezien een mooie vondst is. Immers: niet schaars dus kosteloos. De huidige liberalen vinden het wel wat, deze privatisering van  de ouderzorg. Ontmantelzorg, zou ik zeggen.

Help mij dus! Ik moet participeren. Ik wil leenkinderen. Kinderen die mij straks liefdevol in huis nemen, mij verzorgen, mij wassen en aankleden, mij voederen en uitlaten. Kortom; kinderen die mijn oude dag op een aangename wijze verzorgen. Hoe kom ik eraan? Het is nu te laat om eigenhandig nog levende have te verwekken en op de wereld te zetten. Ik ben Rob de Nijs niet. Adopteren zal ook een moeilijk verhaal worden. Zeker, wanneer men mijn motivatie verneemt. Wellicht moet ik deze pakkende noodkreet op Facebook zetten?

Regering, ik wil best wel participeren, maar het wordt me erg moeilijk gemaakt. Wellicht kan ik kinderen leasen bij familie met meer dan twee kinderen per gezin? Zou er tussen al mijn oud-leerlingen niet een zijn die mij als vader wil hebben? Ik acht de kans gering. Wellicht is een oproep op de sociale media toch het beste plan. Als ik daar publiciteit mee genereer, kom ik wellicht terecht in DWDD of bij Pauw en Witteman. Zou Jeroen Pauw al geparticipeerd hebben op zijn oude dag? Of zijn al zijn ex-sekspartners bereid tot zijn liefdevolle opvang?

Dit stukje is het begin van mijn zoektocht. Ik dank de heer Rutte voor het opgang brengen van mijn bewustwordingsproces. Ik ben een volwaardig lid van onze nieuwe participatiemaatschappij. Ik doe mee en sta niet werkloos aan de kant. Mijn campagne op zoek naar een leenkind is vandaag begonnen.  Ik ben best zorgzaam en mijn vriendin is lief en geduldig. Voorts bied ik gratis bijlessen aan. Willen alle lezers mijn relaas doorvertellen?  Een succesvolle tipgever wordt beloond.  Lang leve de nieuwbakken participatiemaatschappij.

© Simon Trommel.

Eén reactie op “Leenkinderen gezocht”

  1. Parti Cipa:

    “Ik ben Rob de Nijs niet”
    Hilarisch!

Reageer hierop