jan 30

Het was op zo’n dag, dat het eigenlijk niet hoorde, een begrafenis. Terwijl Tom deze gedachte koesterde, sloeg hij de mensen om zich heen gade. Het zag zwart van de mensen. Opvallend veel mannen ook. Blijkbaar was zwart echter niet de voorgeschreven dracht, want vooral de vrouwen waren soms kleurrijk. ‘Vandaag is rood’, klonk het Tom onwillekeurig door de geest. Het was zonnig, al warm voor begin april. Zo slecht was dat gat in de ozonlaag toch ook weer niet. De vogels waren goed te horen in de bomen, die volop de stemmige begraafplaats omringden. Zeker nu het even stil was. Volstrekte stilte. Uniek, zo midden in de Randstad op deze droevige plek in een door Den Haag geannexeerde chique buurgemeente. Heerlijk voorjaarsweer, uitgelezen voor een terrasje, dacht Tom, even afgeleid van de ceremonie. Vrouwen spotten. Opwaaiende zomerjurken. Foei Tom. Houd je aandacht erbij. Sonja werd slechts achtenveertig. Te triest voor woorden.

De doordringende stilte ging over in “Stairway to heaven”. Dat leek Tom wel wat cliché. Het was op verzoek van Sonja, meldde de doodgraver van dienst. Tom observeerde de aanwezigen. Veel veertigers, wat jongere mannen. De weduwnaar, vooraan staande in keurig zwart pak, had ogenschijnlijk zijn verdriet goed gereguleerd. Tom kende Bert al lang, maar had hem noch Sonja al jaren niet gezien. Was je eigenlijk weduwnaar als je je leven had gehokt? Bert zat ooit drie klassen hoger dan hij en Sonja. Aan deze zesdeklasser had hij Sonja verloren. En vandaag voorgoed. Maar aan wie? Tom herinnerde het als de dag van toen. Plots zag ze hem niet meer staan. Bert reed al auto, een stuk comfortabeler dan een Puch. Toevallig had Tom op zijn werk in Trouw de overlijdensadvertentie zien staan. Trouw, nota bene. Hij had speciaal vrijgenomen en was hier heen getogen. Voor Sonja. Robert Plant van Led Zeppelin stopte op fraaie, ingetogen wijze zijn tocht  naar de hemel.

Bert hield een toespraak. Er waren blijkbaar geen nazaten. Stelletje yuppen. Beiden psycholoog te Amsterdam, zonder twijfel woonachtig in de grachtengordel. Een oude vrouw in een rolstoel herkende Tom als haar moeder. Stokoud en heel erg verdrietig. Dit hoorde ook niet zo. Moeder zat er alleen voor, want Bert leek haar geen troost te bieden. Hij wijdde maar uit over Sonja’s pluspunten. Over de doden niets dan goeds. Tom dacht heel even hitsig terug aan haar pluspunten. Zijn gedachten dwaalden af naar de eerste drie jaren op de middelbare school. In de brugklas kregen ze wat. Ergens aan het begin van de jaren zeventig danste hij op een zeer goede avond begeleid door de hit ‘Je t’aime moi non plus’ op een klassenavond met Sonja. Onder visnetten en tussen kaarsen in wijnflessen voelde hij haar pluspunten erg goed en kreeg spontaan een zeer hardnekkige stijve. Ze belandden ergens in de fietsenkelder en deden aan tamelijk onschuldige brugklasseks.

Bert stopte met oreren. Tom keek op en zag dat er weer een muziekje gestart ging worden. Boudewijn de Groot kwam uit het niets. ‘Achter iedere deur die ik opendoe, doe jij een andere deur weer dicht’. Wiens voorkeur zou dit nummer zijn? Tja, brugklasseks. Tongen, een beetje voelen aan haar onvolprezen borsten. Tepels die reageerden herinnerde hij als een wonder der natuur. Zij voelde wat in zijn spijkerbroek, want ze was immer een voorloopster. Dat zou steeds zo blijven. De ontdekking van de wereld. Alternatieve muziek. Samen naar Supersister en Kayak. De eerste blow. Op school sjekkies draaien: Javaanse Jongens met rijstevloei. Tom kon de Sonja van toen nog steeds uittekenen: Gebleekte, strakke jeans met borduursels, strak zittend T-shirt, het kapsel dat jaren later ook door Dieuwertje Blok werd gedragen en altijd en eeuwig die Afghaanse jas met de doordringende geur van patchouli. Bijna ontging het Tom dat de ‘Tip van de sluier’ was beëindigd en de plechtigheid werd hervat. Hij had graag het woord gevoerd, een pittige anekdote over de woeste Sonja verhaald.

Het was tegen het einde van klas drie. Bert was nog net niet in beeld. Ze hadden bijna drie jaar verkering. Ondanks hun uitdossing waren ze een stel burgertrutten. Drie jaar dezelfde! Het was toen Tom zestien werd, vlak na Sonja’s verjaardag. Ze deed al geruime tijd geheimzinnig over het cadeau. Hij zou het bij haar thuis krijgen. Te groot om mee te nemen, zei ze. Uit school togen ze erheen. Na een kopje thee op de bank met moeder gingen ze naar de zolderkamer van Sonja. Daar deden ze doorgaans hun huiswerk. Toen Tom binnenkwam, stond ze  maagdelijk naakt voor hem.’Je cadeau, van harte gefeliciteerd.’ En je moeder dan, dacht hij irrationeel. Vakkundig stripte ze de verbouwereerde Tom en voor hij het wist, was hij zijn maagdelijkheid verloren. Dat duurde niet erg  lang, realiseerde Tom zich nu. Klaar in een wip, dacht hij schamper. Het was de eerste en de laatste keer met haar. Een week later werd hij feestelijk gedumpt na een examenfuif bij Bert.

Tom merkte dat de mensen op de begraafplaats gingen lopen in de richting van het graf. Hij stond aan de periferie van de treurenden. Bang om de aandacht te trekken of uit de toon te vallen. Langzaam schuifelde hij weg van het rouwende centrum. Hij had niet de moed om langs het graf te lopen, laat staan te condoleren. Hij voelde zich ineens erg dwaas om hier vandaag te komen. Wat had hij hier te zoeken? En dan stond hij nog aan seks met Sonja te denken. Tom bestempelde zichzelf als een perverse idioot. Maar toch voelde hij zich ineens intens verdrietig. Eigenlijk ruim dertig jaar na dato. Hij zette z’n Ray Ban op en liep gepast langzaam het grindpad op richting de parkeerplaats. Voor hem liepen voor deze gelegenheid iets te hip geklede vrouwen. Kortgerokt en goedgemutst. Stiekem luisterde hij mee. ‘Dat krijg je ervan, als je maar rond neukt zoals zij, op een goede dag tref je de foute vent.’ ‘Die arme Bert, z’n hele leven aldoor gefopt.’ Tom had zich al afgevraagd, wat haar had geveld. Hij glimlachte melancholisch. Wat zou hij zich graag wat langer door haar hebben laten foppen.

 

© Simon Trommel

 

6 reacties op “Melancholische gedachten op een begrafenis”

  1. Linda de Jong:

    “Stairway to heaven” En immer voorloopster…
    Fijn stukje leeswerk Simon.
    Ondanks de dood niet zwartgallig, maar melancholisch met een glimlach.

    Groetjes,
    Linda de Jong

  2. Henk van Maanen:

    Genoten van je verhaal.
    Ik zie het voor me.
    En die slotregel…

  3. jelou:

    Memories……. Ach, de dood en humor gaan prima samen;-)
    Leuk je weer eens te lezen!
    (Trouwens in je een-na-laatste strofe staat Bart. Typefoutje me dunk).

  4. Gert Pieter:

    Geil. Een stijve krijgen aan een vrouwengraf. Nou ja, een gat is een gat, nietwaar?

  5. Matti:

    Goed om je weer eens te lezen. Ik moet zelf ook nog een inhaalslag maken.
    Excellent vocabulair en prettig leesbaar, zoals ik van je gewend ben.
    Eén zin zou ik anders geformuleerd hebben, derde alinea:
    ‘Een oude vrouw in een rolstoel herkende Tom als haar moeder.’
    Is dit een suggestie?
    Tom herkende een oude vrouw in een rolstoel als haar moeder.

    M.

  6. Simon:

    Dank M. Het was een oudje. Vanaf heden wekelijks een nieuwe.
    S.

Reageer hierop