sep 22

Het overviel me. Uit het niets was daar een gevoel van weleer. Die koude uit mijn prille kinderjaren. De karige welvaart uit de jaren zestig. De geur van verbrande kranten, houten aanmaaklatjes, gevolgd door de zo karakteristieke lucht van gloeiend antraciet. De rook die vanuit de kolenkachel door de afvoerpijp naar de schoorsteen diende te gaan, maar die toch altijd in bescheiden vleugjes tot in de huiskamer doordrong. Het duurde doorgaans een geruime tijd, voordat de warmte van de kolenhaard de rest van de flatwoning eindelijk wat had verwarmd.

Ik ruimde onlangs de zolder leeg van mijn vaderlijke huis en trof onverhoeds een oude, kartonnen doos met de eerste leesboekjes aan die wij als kleine kinderen ooit lazen. Een hele serie van W.G. van der Hulst. Naarstig zocht ik naar mijn favoriete deeltje, dat ik letterlijk stuk had gelezen. De inhoud trof mij diep als kind. Ik voelde ruim veertig jaar later nog steeds de warme en geborgenheid waarmee ik de afloop associeerde. Het deeltje zat er nog tussen. “Voetstapjes in de sneeuw”. Die witgrijze illustratie op de voorkant. Een verlaten, zwart hek midden in een desolate sneeuwvlakte, met daarin een eenzaam spoor van kindervoetstapjes, dat doorliep tot de einder. Het boekje rook muf en viel van ellende haast uit elkaar. Te hooi en te gras las ik er weer wat in.

We woonden in een nieuwbouwflat aan de buitenkant van Den Haag. Ik verslond de boekjes uit deze serie. Hoewel pas zittend in de derde klas, kon ik al best lezen. De nostalgische gevoelens die mij associatief overvielen, waren nu nl is een onafhankelijke de-beste-online-casinos.info online gids. vooral koud. Koud in de zin van een ijzige, winterse kou, die voor mijn gevoel bij dit moralistische boekje hoorde. Het vroor dat het kraakte. Mijn vader, gehuld in zijn gestreepte pyjama, maakte ’s morgens in alle vroegte als eerste daad de kolenkachel aan. Eerst een vuurtje van oud papier, de oude Nieuwe Haagsche Courant, en wat houten latjes. Als dat goed brandde, stortte hij met beleid uit de zwarte kolenkit er de steenkooltjes op. Zwarte roet stoof de kamer in. Achter de mica voorkant van de haard zag je het vuur oplaaien en later de kolen gaan gloeien.

Terwijl de woonkamer langzaam op temperatuur kwam, was het in onze slaapkamers nog Siberisch koud. Voor mijn gevoel nu, werd ik ‘s winters altijd wakker met een witte, bevroren condensmassa op mijn wollen deken. En op het raam van mijn kamertje zaten ijsbloemen aan de binnenzijde. De onverwarmde slaapkamer had door de bevroren condens op de binnenkant van het enkel glas de meest fraai gevormde ijsbloemen. Ik kon er als kind gebiologeerd naar zitten te kijken, de kou negerend die dwars door  mijn flanellen pyjama heen ging. Als ik er echter te dicht tegen aan zat te staren, ontdooide zo’n stukje natuurijs door de warmte van mijn adem. De vergankelijkheid der natuur.

Had ik, gezeten op die zolder, plots heimwee? Heimwee naar mijn kinderjaren. De voetstapjes in de sneeuw leidden wel tot nostalgische oprispingen en gedachten. Geen televisie, pa en ma luisterden naar een hoorspel op de radio, de geur van sukadelapjes die zaterdags sudderden op het petroleumstelletje. De weeïge lucht van stoofpeertjes. Het aroma van met de hand gemalen verse koffie met een theelepeltje Buisman bij het maalsel. Pa reed nog op een brommer: een Zundapp. Een maal per week kwam de kolenboer, vers antraciet bezorgen. Ik spaarde sigarenbandjes, die beide opa’s in groten getale aanleverden. Na de winter kwam de schoorsteenveger. En Sinterklaas bestond nog, geloofde ik.

Ik geloof niet zo in nostalgie. Ik weet dat heimwee naar dat wat is geweest altijd vertekent. De leuke dingen, de plezierige gebeurtenissen, de voorkant van de medaille, het goede van het leven. Dat zijn de aspecten die omhoog komen zetten bij mijmeringen over vroeger. Het verleden bedriegt. De geschiedenis toont zich van zijn mooiste kant. Ik laat me niet beetnemen door het cliché dat vroeger alles beter was. Want dat is niet zo. Wel laat ik me in gedachten graag meevoeren naar toen. Een mooie, onbezorgde jeugd die niemand mij meer afneemt en me heeft gemaakt tot wie ik nu ben. Die gedachte koester ik.

© Simon Trommel

3 reacties op “Voetstapjes in de sneeuw”

  1. Fred van Leeuwen:

    Vroeger niet beter maar gewoon ook goed.
    Schitterend geschreven. Het was voor mij een spiegelbeeld van mijn jeugd.
    Met dezelfde conclusie.
    Leuk om jouw verhalen te lezen.

    Groetjes Fred

  2. Ineke:

    Wat geweldig en zo herkenbaar. Wat een gevoel maak je los. Heerlijk, beter? wel goed en heel gezellig en huiselijk. Geen geren naar moeten maar rustig luisteren naar de radio en een verhaal. Afwassen was leuk met z’n allen. Contact hadden we toen nog.
    Heerlijk om je verhalen te lezen.

    Groetjes Ineke

  3. jelou:

    Ik zag de titel en dacht meteen: W.G. vd Hulst 😉
    Heb ze zelf ook gelezen en spaar de oude reeks. Zo had je ook nog Het huisje in de sneeuw. Die boekjes kregen wij altijd in de kerk tijdens het kerstfeest. Die werden uitgedeeld aan de jeugd.
    Het blijft nostalgisch. Ik vond ze vroeger prachtig om te lezen, maar als ik ze nu lees lijkt het allemaal zo braaf…..
    En toch…..het had een bepaald sfeertje. 🙂

Reageer hierop