okt 14

Zondag vierde mijn vader zijn verjaardag. Driekwart eeuw oud; voorwaar een respectabele leeftijd. Wij waren er: zijn vier kinderen met aanhang, twee kleinkinderen, één ontbrak vanwege een kater. Eén kleinkind op komst was er in feite ook, slechts nog niet bij vol bewustzijn. Daar in zijn kamer in de Wassenaarse zorgvilla zongen we gezamenlijk Lang zal hij leven, een oer-Hollandse traditie immers. Zonder na te denken, uit volle borst. Hij glom. Het feest der herkenning was waarschijnlijk zijn beleving van het vieren. Gebak, cadeaus, herkenbare familie, aandacht, gezelschap. Alle elementen die een afasiepatiënt blijkbaar wel raken. Lees verder »

sep 02

Vandaag is het zover. De eerste dag van mijn vrijwillige werkloosheid is daar. Na dertig jaar onderwijs gaapt er een groot gat, een eindeloze tijd die gevuld dient te worden. “De scholen zijn weer begonnen”, wappert er boven de wegen, ter waarschuwing dat de doldrieste pubers op scooters de verkeersveiligheid weer ernstig beïnvloeden. Ik ben anders nog lang niet begonnen. Ik loop het voor het eerst mis, het obligate opstarten van een schooljaar. De eerste, gezapige personeelsvergadering, met al die gebruinde hoofden om me heen. Wat wil je, zeven weken vakantie. De leerlingen die hun boeken en roosters komen halen. De voelbare onrust omtrent hun rooster. Kunnen ze hun werkkring naast school wel continueren? De merkbare spanning over de klassenindelingen. Kom je wel bij de juiste mooie meid in de klas? De opluchting over wie er je een heel jaar de les gaat lezen. ‘Shit, Trommel is m”n mentor.” Lees verder »

jul 10

Dertig jaar zijn weggegleden
als de snelheid van het licht;
zoveel namen, ogen, rijk verleden,
geven mijn geest een groots gewicht.

Lees verder »

jul 09

‘We zijn wel klaar met u”, hoorde de doodnerveuze patiënt met naast zich zijn enorm trillende vrouw de witgejaste specialist zeggen op een wijze, zoals hij “s avond met een collega aan de bar van hun vaste etablissement terloops twee Johnny Walkers black label bestelde. De wereld van de patiënt stortte terstond in. En die van zijn eega. Zijn denken stopte. Zij adem stokte. Alle hoop, zo al die nog in enigermate existeerde, vervloog. Al hun ijdele verwachtingen waren gebaseerd geweest op die vreselijke medische ingrepen die men betiteld had met het verneukeratieve woord kuur. Eufemisme in optima forma. Deze ziekmakende, giftige ellende die de medici dan in je amechtige lichaam pompten, moesten dan dat andere onheil bestrijden. Een soort chemische burgeroorlog met jouw body als strijdtoneel. Kuren, het mocht wat. Het ziekenhuis als kuuroord. Zo bezien was het driewekelijks ritueel een recreatief uitstapje. Waar ga jij heen? Centrum Elysium, Duindigt, Thermen 2000, Holland Casino? Oh, kuuroord Bronovo, leuk hoor, moet ook erg goed zijn. Geniet ervan. Lees verder »

jun 12

Mijn vader leeft nog wel, maar hij bestaat niet meer. Bestaan, in de zin van Descartes, de Franse filosoof, die in de zeventiende eeuw de basis legde voor het rationalisme onder het motto ‘Ik denk, dus ik besta”. Mijn vader is zijn ratio al enige jaren verloren. Ten gevolge van zware hersenbloedingen is hij zijn communicatieve vermogens kwijt. Afasie, zo luidt de medische term. Spraak en logica zijn zwaar gedevalueerd. Begrip, geheugen en herkenning zijn danig gehandicapt. Kortom; een fysiek redelijk gezonde zeventiger is niet in staat zichzelf te redden, zich staande te houden en de meest primaire bestaansprocessen uit te voeren.”Danig in de war”, zong Rick de Leeuw van de Tröckener Kecks ooit al eens heel toepasselijk. Typerender kan niet. Het dualisme van het rationalisme blijkt heel erg bij mijn vader: geest en lichaam zijn pijnlijk gescheiden. Lees verder »

jun 05

De man die over een hobbelig grintpad wandelde, overdacht de afgelopen week. Het verschrikkelijke nieuws sloeg zo onverwacht in dat het bij hemzelf eigenlijk nog niet echt goed was doorgedrongen. Irreële realiteit. Komt een man bij de dokter, dacht hij bitter, ja, ja. ‘We doen louter wat routine checks hoor”, had z”n huisarts hem achteloos gezegd, alsof het een APK-keuring betrof. ‘Maar eens even flink uitgebreid door de medische molen, daar wordt geen mens slechter van.” Naïef als hij in deze was, had hem dat een goed plan geleken. Beter wat te veel gecontroleerd dan als een potentiële, tikkende tijdbom het leven trotseren. Na bloedprikken, wat hem een forse blauwe plek opleverde dankzij een stuntelige, piepjonge verpleegkundige, het maken van foto”s die blijkbaar in het medisch jargon als ECG door het leven gingen en het inleveren van een potje urine, wat hij niet zonder enige gêne deed, mocht hij zelf komen opdraven. Hij voelde zich net zo gespannen, als toen hij in een ver, grijs verleden op het telefoontje van de examenuitslag van de middelbare school zat te wachten. Hij had het niet zo op medische instellingen. Zijn vriendin naast hem, was als altijd een baken van rust. Nog wel. Lees verder »

mei 16

Terwijl het de heetste Moederdag sinds mensenheugenis is, worden in vele gezinnen vandaag de op de basisschool in elkaar gezette stukjes knutselwerk weer vol verve door de kinderen aan moeder overhandigd. Ietwat schamper zag ik bij mijn vriendin op de basisschool, dat er tegeltjes werden gemaakt met daarop een wens, een lippenafdruk van een kuise zoen en de naam van de dader. ‘Voor de allerliefste moeder van de hele wereld.’ Tja, de perceptie van een kind is vanzelfsprekend een subjectieve. Lees verder »